Zicht op de ontwikkeling van onze leerlingen


Werkwijze en ontwikkelingen
Breinstein
Ondersteuning voor en de ontwikkeling van het jonge kind
Schoolondersteuningsprofiel
 

Schoolondersteuningsprofiel


Wat is het schoolondersteuningsprofiel?


In het schoolondersteuningsprofiel omschrijft de school hoe leerlingen met een extra ondersteuningsvraag begeleid worden. En welke middelen de school hiervoor ter beschikking heeft. 
Ook het contact met de ouders hierover komt aan bod. Leerlingen met een extra ondersteuningsvraag hebben die ondersteuning nodig vanwege bijvoorbeeld een lichamelijke- of verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een gedragsprobleem of een leerstoornis. 
Deze school maakt onderdeel uit van Onderwijsstichting Arcade en tevens van het 
samenwerkingsverband Veld, vaart en vecht afdeling Slagharen. Klik hier voor meer informatie >> 
Hier vindt u tevens meer informatie over de werkwijze en verwijzing. 
 

Samenvatting schoolondersteuningsprofiel 


Het schoolondersteuningsprofiel ligt ter inzage op onze school. Hieronder volgt een samenvatting. 

Wat is het schoolondersteuningsprofiel? 
 
In het schoolondersteuningsprofiel omschrijft de school hoe leerlingen met een extra ondersteuningsvraag begeleid worden. En welke middelen de school hiervoor ter beschikking heeft. 
Ook het contact met de ouders hierover komt aan bod. Leerlingen met een extra ondersteuningsvraag hebben die ondersteuning nodig vanwege bijvoorbeeld een lichamelijke- of verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een gedragsprobleem of een leerstoornis. 
Deze school maakt onderdeel uit van Onderwijsstichting Arcade en tevens van het 
samenwerkingsverband Veld, vaart en vecht afdeling Slagharen. Klik hier voor meer informatie >> Hier vindt u tevens meer informatie over de werkwijze en verwijzing. 
 
Samenvatting schoolondersteuningsprofiel 
 
Het is onze grootste zorg dat kinderen voldoende leren en zich op een positieve manier (ook sociaal) ontwikkelen. We werken op school met verschillende documenten om de begeleiding van de leerlingen te monitoren.
 
  1. Dagplanning in de klassenmap
De leerlingen staan per vak in niveaugroepen verdeeld. Aandachtspunten voorafgaand aan een les of ter evaluatie worden genoteerd. Leerlingen kunnen gedurende vier momenten in het jaar naar een andere niveaugroep verplaatst worden: november, januari, april en aan het einde van het schooljaar.
 
  1. Groepsdidactisch overzicht
Bij alle leerlingen staat in een helder overzicht vermeld:
-onderwijs- en toetsbehoeften;
-stimulerende en belemmerende factoren;
-eventuele bijzonderheden m.b.t. diagnoses en medicatie.
 
  1. OPP (Ontwikkelingsperspectief)
Ontwikkelingspersepctief voor een leerling die op één of meerdere vakken aan het eind van groep 8, niet M6-niveau of E6-niveau niet gaat behalen.
 
  1. Jaarbegeleidingsplan
Een document voor een leerling die op één of meerdere vakken lesstof maakt uit een ander leerjaar. Deze leerstof behoort tot de reguliere leerstof.
 
Wanneer komt nu een intern begeleider (IB-er) in beeld?
 
Groepsbesprekingen met leerkracht 3 x per schooljaar
Leerling scoort onvoldoende IB-er kan aanvullend diagnostisch onderzoek doen.
Aanpak heeft niet het verwachte effect. IB-er kan beroep doen op Zorg Advies Team.
In dit platform zijn allerlei deskundigen verzameld.
Kennis- en informatie IB-er gaat maandelijks naar netwerkbijeenkomst van het samenwerkingsverband Veld, Vaart en Vecht.
 
Wat betekent IB-er voor de leerling?
 
De rol van de IB-er op leerlingenniveau:  
De rol van de IB-er op schoolniveau:  
Leerlingvolgsysteem
Op school worden de vorderingen en ontwikkelingen van de kinderen nauwkeurig gevolgd en vastgelegd. De leerlingen worden getoetst via het Cito-leerlingvolgsysteem. Op de contactavonden en indien dat nodig is tussendoor, worden de resultaten uiteraard met de ouders besproken.

Protocol interne doorstroom

Interne doorstroom
De basisschool duurt in de regel 8 jaar. Dat staat zo in de wet. Het onderwijs op onze school is er op gericht om gedurende die 8 jaar de leerlingen zo adequaat mogelijk te begeleiden in hun ontwikkeling met oog voor een goede doorgaande lijn. Er zijn kinderen bij wie die ontwikkeling sneller gaat dan gemiddeld, maar ook bij wie de ontwikkeling langzamer gaat dan gemiddeld of gedurende langere tijd stilstaat. Met een op maat gerichte aanpak kunnen we tegemoet komen aan meer specifieke onderwijsbehoeften van deze kinderen. U wordt als ouders tijdig geïnformeerd en bij dit proces betrokken. Het kan zijn dat we uiteindelijk tot de conclusie komen dat een kind gebaat is met een versnelde doorstroom (een klas overslaan) of een vertraagde doorstroom (doublure/ zitten blijven). Een besluit daartoe nemen we zorgvuldig en weloverwogen op grond van een aantal vaste criteria. Tijdige inschakeling en betrokkenheid van ouders is een voorwaarde voor de school om tot een besluit te komen. Bij de besluitvorming wordt de inbreng van de ouders meegewogen.
Uiteindelijk neemt de school de beslissing.
 
De aansluiting van groep 1 naar groep 2 / van groep 2 naar groep 3
Leerlingen kunnen doorstromen, wanneer ze naar het oordeel van de groepsleerkracht en IB-er voldoen aan de criteria van de volgende groep. Hierbij kijken we naar:
- de leerlijnen, geregistreerd volgens de methode “Onderbouwd”
- de dyslexiescreening
- de leeftijd van het kind
- de ontwikkeling van het kind voor het hier kwam
- de mening van de ouders
- de grootte en samenstelling van de groep
Als wij vragen hebben over de ontwikkeling van een leerling, kunnen we een beroep doen op de CC-er of de orthopedagoog van ons Samenwerkingsverband. Soms is het wenselijk een uitgebreid onderzoek te doen om de ondersteuningsbehoefte van een leerling goed in kaart te brengen.
 
Doublure
Regelmatig worden wij met het feit geconfronteerd dat kinderen aan het eind van het leerjaar niet het vereiste niveau bereikt hebben. Dan komt de vraag aan de orde of het voor dit kind zinvol is om het jaar nog een keer over te doen of dat het kind doorgaat met een aangepast programma of een eigen leerlijn. Er moeten dan een aantal afwegingen gemaakt worden, waarbij de opmerking geplaatst kan worden dat ieder kind anders is. Het is niet mogelijk om exact aan te geven wanneer een kind moet blijven zitten. Wel zijn hieronder een aantal overwegingen geformuleerd, die een rol spelen bij de uiteindelijke beslissing: Hoe voelt het kind zich. Kinderen die doorlopend op de tenen moeten lopen, worden zwaar belast. Dat kan negatieve gevoelens oproepen. Het zelfvertrouwen kan beschadigd worden. Deze kinderen zijn vaak gebaat bij een extra jaar in de groep. Ze fleuren dan helemaal op. Het zelfvertrouwen wordt hersteld.
                Belangrijk is tevens om te kijken naar de positie van het kind in de groep.
Voelt het kind zich aangetrokken tot leeftijdsgenootjes of speelt het misschien juist liever met jongere kinderen. Voor individuele kinderen kunnen enkele instrumenten/programma’s worden gebruikt. Deze gegevens kunnen worden gebruikt in overlegsituaties met ouders, externe deskundigen en het handelingsplan. Bij een vroege leerling zal eerder een doublure overwogen worden dan bij een late leerling. Een doublure zal meestal in groep 3 t/m 5 plaatsvinden, omdat daar de basis wordt gelegd. In groep 6 t/m 8 zal een kind in de meeste gevallen meer gebaat zijn bij een aangepast programma. Denken we dat het zinvol is? Er zijn kinderen die zich nu eenmaal wat trager ontwikkelen. Juist deze kinderen zijn gebaat bij een doublure.
Indien er sprake is van een intelligentietekort zal het hooguit een tijdelijke oplossing zijn. Deze kinderen zullen al weer snel “ingehaald” worden door de groep. Toch kan ook voor deze kinderen een doublure aan te bevelen zijn bijv. om een adempauze te creëren.
Soms is een doublure dan niet de juiste optie en kan het kind met een aangepast programma wel doorstromen. Ieder kind is uniek en zo zal dit ook bekeken moeten worden. Belangrijk is om goed met de ouders te communiceren. In geval van mogelijk doubleren zal tijdig een eerste overleg met de ouders plaatsvinden.
Ouders worden dan in deze gevallen uitgenodigd voor een gesprek op school. Vanzelfsprekend leent ook de contactavond zich hiervoor.
Indien het niet lukt tot een gezamenlijk besluit te komen, neemt de school de eindbeslissing.
 
 
Versnellen
Het kan ook zijn dat een kind signalen geeft dat het eigenlijk wel sneller door de leerstof kan en ook in een kortere tijd de basisschool kan afronden. Zo’n beslissing moet weloverwogen genomen worden. Onderstaande punten nemen we mee om een goede beslissing te kunnen nemen: Voor jonge kinderen geldt dat ook goed gekeken moet worden naar de ontwikkeling van de motoriek. Is het kind er aan toe om in een klas met oudere kinderen te zitten.
Hoe is de samenstelling van de groep waarin het kind dan komt.
Heeft het al vriend(innet)jes in deze groep?
Zal het kind zich thuis voelen in de nieuwe klassituatie. Het spreekt vanzelf dat bij oudste kinderen van een groep de vraag tot versnellen eerder gesteld zal worden dan bij een jonger kind van de groep. Meestal zal er een aanleiding zijn, die deze vraag oproept. Het kan zijn dat het kind niet voldoende uitdaging krijgt in de huidige situatie, of er kan sprake zijn van onderpresteren.
In ieder geval moet de verwachting zijn, dat het kind zich zonder al te veel problemen aan zal kunnen passen in de nieuwe groep en dat de lesstof beter past bij zijn/haar capaciteiten. Ouders worden vanaf het begin betrokken bij de besluitvorming. School en ouders zullen samen alle punten goed moeten overwegen, voordat deze toch ingrijpende beslissing tot versnellen genomen wordt.

 

Gediplomeerde specialisten op school 

 
Specialist
Aantal dagdelen
Intern begeleider 3
Taalspecialist 2